onlinecasino4u.nl

6 Mar 2026

Dordrecht beperkt aantal speelautomatenhallen: maximum daalt van vier naar drie

De recente aankondiging uit het Dordrechts stadhuis

Op 5 maart 2026 maakte de gemeenteraad van Dordrecht bekend dat ze het maximale aantal speelautomatenhallen in de stad wil verlagen van vier naar drie, een beslissing die via een aanpassing aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) vorm moet krijgen; deze stap past in een breder lokaal beleid om het aantal gokgelegenheden te beperken, terwijl de aankondiging direct oproept tot discussie over de impact op de lokale gemeenschap en ondernemers.

De raad, die al langer kijkt naar de verspreiding van kansspelen in de stad, ziet in deze reductie een manier om de aanwezigheid van speelautomatenhallen beter te reguleren, zeker nu de nieuwe Kansspelenwet gemeenten meer bevoegdheden geeft om lokaal beleid te voeren; volgens bronnen rond de raad, waaronder publicaties op CasinoNieuws.nl, wordt de wijziging voorbereid om overmatig gokken in woonwijken tegen te gaan, al blijft het bij een kleine aanpassing in het totaalplaatje van Dordrecht.

Wat direct opvalt is hoe deze ontwikkeling samenvalt met een landelijke trend waarin gemeenten hun APV's aanscherpen, maar in Dordrecht speelt het specifiek rond de bestaande vier hallen die nu nog een vergunning hebben; experts op het gebied van lokaal kansspelbeleid wijzen erop dat zulke beslissingen vaak volgen op bewonersklachten of data over speelgedrag, hoewel concrete cijfers voor deze aankondiging nog niet openbaar zijn gemaakt.

Speelautomatenhallen in de praktijk: wat houdt het in

Speelautomatenhallen, ook wel bekend als speel- of gokhallen, bieden uitsluitend kansspelen aan via automaten zoals fruitmachines en vidopokers, plekken waar bezoekers voor lage inzetten snel kunnen spelen; in Nederland vallen deze onder strenge regels van de Kansspelautoriteit (KSA), die sinds de wetwijziging in 2021 eisen stelt aan vergunningen, leeftijdstoegang en verslavingspreventie, waardoor gemeenten zoals Dordrecht de touwtjes strakker in handen hebben.

Maar hier komt het op aan: in steden met meerdere hallen, zoals Dordrecht met zijn vier locaties, concentreren zich de risico's op problematisch gokken vaak rond deze plekken, waar onderzoek van de KSA aangeeft dat een significant deel van de bezoekers uit de buurt komt; één studie uit eerdere jaren onthulde dat in vergelijkbare gemeenten tot 20 procent van de omzet bijkwam van lokaal publiek, cijfers die raadsleden mogelijk meewegen bij dit soort voorstellen.

Neem bijvoorbeeld een typische hal in een middelgrote stad als Dordrecht: vaak gevestigd in winkelstraten of randgebieden, trekt zo'n zaak honderden bezoekers per week, maar de raad wil met de verlaging naar drie hallen voorkomen dat ze te dicht op elkaar of op kwetsbare plekken zitten; dat gezegd hebbende, blijven de hallen die overblijven gewoon operationeel, zolang ze voldoen aan de APV-voorwaarden zoals afstand tot scholen of woonhuizen.

De rol van de APV in Dordrechts gokbeleid

De Algemene Plaatselijke Verordening vormt het juridische hart van deze verandering, een document dat elke gemeente jaarlijks kan aanpassen om regels te stellen voor alles van vuurwerk tot gokhallen; in Dordrecht bepaalt de huidige APV expliciet een maximum van vier speelautomatenhallen, een quotum dat nu naar beneden wordt bijgesteld, waardoor bij het verstrijken van een vergunning geen nieuwe exploitant in aanmerking komt tenzij een bestaande sluit.

Zo werkt het in de praktijk: de raad dient het voorstel in bij het college van burgemeester en wethouders, dat het agendeert voor inspraakrondes en raadszittingen; na goedkeuring treedt de wijziging in werking, vaak na een publicatie in het gemeenteblad, een proces dat in Dordrecht doorgaans enkele maanden duurt, zodat ondernemers tijd hebben zich aan te passen.

En wat interessant is: hoewel de APV lokaal bindend is, moet het wel in lijn liggen met de landelijke Kansspelenwet, die gemeenten verplicht om een 'zorgvuldigheidsbeoordeling' uit te voeren bij het vaststellen van maxima; in Dordrecht, met zijn circa 130.000 inwoners, rechtvaardigt data van de gemeente waarschijnlijk deze stap, want eerdere APV-aanpassingen in naburige steden zoals Rotterdam en Zaanstad volgden vergelijkbare patronen, waar het aantal hallen met één of twee werd teruggebracht.

Huidige situatie en mogelijke gevolgen voor Dordrecht

Op dit moment tellen de vier speelautomatenhallen in Dordrecht samen honderden automaten, verspreid over locaties die voldoen aan de 300-meterregel ten opzichte van scholen en verslavingszorg; de verlaging naar drie betekent dat één hal mogelijk moet sluiten bij het aflopen van de vergunning, een scenario dat ondernemers bezighoudt, aangezien de branchevereniging VAN SPEEL al reageert op landelijke reducties door te wijzen op banenverlies en omzetdaling.

Toch tonen cijfers van de KSA aan dat het gemiddelde aantal hallen per inwoner in Nederland daalt, van 1 op 50.000 in 2020 naar lager nu, omdat gemeenten quotums verlagen; in Dordrecht, waar de hallen vooral in de binnenstad en omliggende wijken zitten, verwachten waarnemers dat de verandering weinig directe impact heeft op toerisme, maar wel op lokale controle.

Een case uit een nabije gemeente illustreert dit: in Alkmaar leidde een gelijkaardige APV-wijziging tot sluiting van één hal, waarna het aantal meldingen van gokproblemen met 15 procent afnam volgens lokale rapporten, al correleren zulke uitkomsten met bredere preventiecampagnes; voor Dordrecht zou dat kunnen betekenen dat de raad straks evalueert met eigen data, want de aankondiging van 5 maart 2026 markeert slechts het begin van een traject dat maanden kan duren.

Landelijke context en Dordrechts plek daarin

Terwijl Dordrecht dit besluit neemt, passen andere gemeenten hun beleid aan onder druk van de nieuwe wet, die gemeenten dwingt om kansspelen te cappen op basis van bevolkingsdichtheid en risico's; de KSA publiceert jaarlijks overzichten waarin blijkt dat provincies als Zuid-Holland, waar Dordrecht onder valt, relatief veel hallen hebben, maar met dalende tendens door lokale ingrepen.

Wat significant is, zien onderzoekers die het veld volgen: speelautomatenhallen genereren nog steeds miljarden aan omzet, maar de focus verschuift naar online gokken, waardoor fysieke locaties onder druk staan; in Dordrecht speelt dat mee, want de vier hallen bedienen een stabiele clientèle, maar de raad kiest voor voorzichtigheid door het quotum te verlagen, een zet die past bij de trend in steden als Den Haag en Breda.

Dus, hoewel de aankondiging lokaal blijft, sluit ze aan bij een patroon waarin gemeenteraden hun APV's gebruiken als instrument om gokverslaving te curberen, zonder de sector volledig uit te schakelen; experts observeren dat zulke aanpassingen zelden leiden tot rechtszaken, omdat de wet ruimte biedt voor discretionaire besluiten.

De weg vooruit: procedure en monitoring

Volgende stappen voor Dordrecht omvatten een inspraakperiode waarin bewoners en ondernemers hun zegje kunnen doen, gevolgd door een raadsvergadering waar het voorstel gestemd wordt; als het passeert, controleert de KSA de naleving, want exploitanten moeten hun vergunningen verlengen onder de nieuwe regels.

En hier wordt het concreet: één hal die niet verlengd wordt, dwingt de eigenaar tot herlocatie of sluiting, terwijl de overige drie profiteren van minder concurrentie; de gemeente monitort dit via jaarrapporten over kansspelen, data die openbaar maken hoe effectief de maatregel uitpakt.

Toch blijft het afwachten, want in maart 2026 staat de bal in het kamp van de raad, en eerdere trajecten in vergelijkbare steden tonen aan dat aanpassingen vaak met consensus gaan, al roepen ze discussie op over economische belangen versus volksgezondheid.

Conclusie